< Terug

17.  De wisseling van de wacht [a rendszerváltás] of: de overgang naar de        demokratie, 23 mei 1988 tot 23 mei 1990

17.15 De buitenlands-politieke en culturele ontwikkelingen in Hongarije
          in het voorjaar van 1990.

Naast de in een aantal opzichten benarde sociaal-economische situatie èn de belangrijke binnenlandse politieke stappen naar de eerste vrije parlementsverkiezingen sinds 45 jaar trekken andere aspekten in en buiten Hongarije veel minder aandacht en dat is niet vreemd want intussen is het publiek óók in en vèr rondom Hongarije al gewend geraakt aan de vriendschappelijke en ontspannen betrekkingen met [buur-] landen zoals Polen, Tsjechoslowakije, Oostenrijk, Duitsland, Italië, de Verenigde Staten enzovoorts en de talloze bezoeken van Hongaarse funktionarissen en zakenlui aan die landen en omgekeerd, en de internationale conferenties trekken geen aandacht meer!
Op 10 januari 1990 bezoekt minister Horn bijvoorbeeld Mainz, waar hij tien dagen later als 8e staatsman de "Stresemann-medaille" naar aanleiding van zijn belangrijke en opvallende stappen ten bate van samenwerking en contacten, in ontvangst kan nemen en zijn moed [1989, afbreken IJzeren Gordijn] wordt nog eens geprezen, evenals zijn inititatieven tot diplomatieke contacten op met b.v. Zuid-Korea, Israël, Chili en het Vatikaan. Maar er vindt ook overleg plaats tussen Horn en zijn Tsjechoslowaakse collega, de vroegere dissident maar nu ninister Jirí Dienstbier want de betrekkingen tussen beide landen zullen op een geheel nieuwe basis worden gebaseerd en er bestaan nu al veel betere verhoudingen! De contacten en uitwisseling zullen ook sterk toenemen en de kwestie van de Donau-stuwdammen bij Bős [Gabčíkovo]/Nagymaros zal men heroverwegen. M.b.t. de nationaliteiten [met name de ong. 600.000 Hongaren in Slowakije] streeft men vooral naar verzoening! Beide landen zien het Pakt van Warschau overigens alleen nog als een politieke overeenkomst. Zelfs blijkt hier en daar al dat o.a. Hongarije wèl aandacht heeft voor de NATO, maar deze zaak moet men verder afwachten want hierover beslissen óók andere landen!
Mede daarom woont minister Horn op za. 10 februari bijvoorbeeld in Canada een conferentie van de ministers van buitenl. zaken van de NATO èn het Warschaupakt bij en hier verklaren Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije [nu de CSFR] dat ze níet voor een neutraal Duitsland zijn, want men wil een verenigd Duitsland ín een verenigd Europa en dan kan Duitsland zelfs lid van de NATO zijn, maar minister Horn, die in het westen zéér wordt gewaardeerd vooral vanwege zijn historische afbraak van het IJzeren Gordijn, spreekt zich enkele dagen later zelfs zeer verzoenend uit over de NATO en de samenwerking ermee want Hongarije wil, aldus Horn, deelnemen aan allerlei politieke lichamen van de NATO-landen en het wil vooral een nieuw, algemeen Europees veiligheidssysteem. Hij acht het zelfs [op 20 februari] al denkbaar dat óók Hongarije lid wordt van de NATO en die verklaart prompt dat niet eens meer uit te sluiten!... Horn wijst er hierbij op dat Hongarije al sinds 1987 contacten heeft met de Noord-Atlantische Assemblee en “de nu opbloeiende vriendschap tussen Oost en West zal in de niet zo verre toekomst kunnen leiden tot een gemeenschappelijk systeem van defensie en veiligheid dat zowel de NATO als het Pakt van Warschau overbodig maakt”. Al eerder, op 25 januari, bood Hongarije, aldus de staatssecr. van buitenl. zaken László Kovács, haar excuses aan voor het bespioneren van met name de NATO, de Verenigde Staten en West-Duitsland en hij veroordeelt "deze dwaze politiek van de vml. militaire en politieke leiding”……
Nu eenmaal alle hindernissen en versperringen tussen de landen in deze regio zijn verdwenen valt op dat vooral de drie landen Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije nauw willen samenwerken en al op 25 januri 1990 pleit de nieuwe Tsjechoslowaakse president Václav Havel in het Poolse parlement krachtig vóór zo’n nauwe samenwerking tussen deze landen en Hongarije: er moet geen rivaliteit maar coördinatie ontstaan, en de integratie bij Europa ["Terug naar Europa"] is het doel. Die kunstmatige scheiding dwars door Europa behoort dus tot het verleden en ook in Oost- en Midden-Europa wil men een stabiel Europa van onafhankelijke, demokratische staten en een Europees veiligheidssysteem. De beoogde Duitse eenheid vormt voor Budapest en Praag dan ook geen enkel probleem en in het Warschaupakt lijkt niemand meer te zijn geïnteresseerd en b.v. Poolse en Tsjechoslowaakse hoge officieren laten openlijk weten dat de nationale defensie vóór gaat! Men verwacht overigens een grote reduktie van m.n. buitenlandse [Amerikaanse en Russische!] troepen in Centraal Europa en Hongarije vraagt al in januari aan Moskou de troepen vóór 1991 uit Hongarije terug te halen, zoals staatssecr. van buitenl.z. Ferenc Somogyi in Wenen bij het beraad over de Conventionele Strijdkrachten in Europa [CFE] al eerder liet weten. Ook Tsjechoslowakije en Polen wensen snelle onderhandelingen over hetzelfde met de Sovjet-Unie.
Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije willen dus in de eerste plaats de aansluiting bij [West-] Europa bereiken en in de tweede plaats, tegelijk, het vertrek van de Sovjettroepen van hun grondgebied. Maar Hongarije is als eerste land van “Oost-Europa” al bezig geweest met overleg met enkele Europese instellingen, zoals de Raad van Europa en daarom gaat premier Németh op 29 januari 1990 naar Straatsburg om hier de Conventie van deze Raad toe te spreken. Als het land lid van de Raad van Europa wordt verplicht het zich o.a. tot de vrije verspreiding van grensoverschrijdende televisie, radio en pers, uitzending en ontvangst, de bestrijding van doping in de sport, een verbod op pornografie, verheerlijking van geweld en ophitsen van rassentegenstellingen, de bescherming van de jeugd, een beperkte duur van reklameuitzendingen via de media en de financiering door bedrijven, de beperking van reklame voor alkohol en tabak, enz., want ook dit land wil als een normaal, vrij en demokratisch land nog in 1990 lid worden van de Raad van Europa, aldus Németh…….

top

Németh laat in een andere toespraak, tot de Raad van Europa, bovendien horen dat de totstandkoming van de eenheid van Duitsland niet alleen onvermijdelijk maar zelfs wenselijk is! Alleen dán kan er sprake zijn van een verenigd en ongedeeld Europa. Voorwaarden voor de Duitse eenheid zijn er wel: de bevolking van de DDR moet erover oordelen, er zullen geen grenswijzigingen komen en de direkte buren moeten bij het overleg worden betrokken. Németh legt er ook nog eens de nadruk op dat o.a. Duitsland en Hongarije niets mogen doen dat de positie van Gorbatsjov verzwakt en zijn politieke toekomst op het spel zet en verder zal Hongarije, wat hem betreft, géén eenzijdige stappen doen om op eigen houtje uit het Warschaupakt te stappen ”al willen we wel belangrijke strukturele hervormingen van de struktuur ervan!”....
In enkele maanden is de situatie in het centrale deel van Europa dus totaal gewijzigd en alleen de Sovjet-Unie is [tenminste voorlopig] nog tegen de Duitse eenheid. Het Warschaupakt wordt met de dag minder belangrijk terwijl de NATO niet denkt aan ontbinding. Het begrip 'neutraliteit' krijgt dus ook een heel andere inhoud en de tegenstellingen tussen Oost en West zijn verdwenen, het IJzeren Gordijn is voltooid verleden tijd...... 
In dit kader is het vanzelfsprekend dat dan ook de positie van de 52.000 man Sovjettroepen [met hun 27.000 voertuigen, 1.500 tanks en 730.000 ton munitie] in Hongarije -maar ook in de DDR, Polen en Tsjechoslowakije- aan de orde komt en premier Németh laat al op 23 januari weten dat hij over het volledige vertrek van deze troepenmacht onderhandelingen met de Sovjet-Unie wenst en de premier zegt nu ook dat hij enkele weken eerder al twee ontmoetingen had met sovjet-premier Ryzkov en dat men het er al over eens was dat “de legering van Sovjettroepen in Hongarije thuis hoort in een nu verouderd politiek en militair concept en dat voorzettting niet langer gerechtvaardigd is”. Men kan zulke onderhandelingen dus met enig vertrouwen tegemoet zien want beide landen zijn het erover eens dat er geen reden meer bestaat voor hun aanwezigheid! Het overleg zal dus vooral gaan over een tijdschema en Németh kondigt in het parlement al aan dat beide landen ’de komende week’ zullen gaan onderhandelen over het tijdschema van de terugtrekking die volgens de premier “zo snel als technisch mogelijk is” zal plaatsvinden. [Jacques Schmitz, Het Parool, 24 jan. 1990]. Ferenc Somogyi, de staatssecr. van buitenl.zaken en a.s. onderhandelaar, heeft zelfs in Wenen al gezegd dat Hongarije streeft naar het vertrek van de sovjets per eind 1990 of op z’n laatst eind 1991… [NRC-Hbl., 24 jan. 1990].
Maar het Hongaarse leger zélf zal in 1991 ook nog verder dan eerdere plannen met 1/3 worden ingekrompen van 91.000 tot 63.000 man…. Van de 1.400 tanks zullen er 800 overblijven, en van de 113 gevechtsvliegtuigen 80, want de financiële lasten vindt men te hoog, en "Hongarije wordt door niemand bedreigd en er bestaan geen ernstige moeilijkheden met de buren", zo zegt men nu! Eind januari/begin februari bezoeken ook enkele MDF-politici o.l.v. Antall en Jeszenszky de USA, en maken kennis met o.a. president Bush. Hongarije, zeggen ze onder anderen, is het eens met de Amerikaanse president dat de USA en de Sovjet-Unie beide maximaal 195.000 man troepen elders mogen hebben, maar hun land wil eigenlijk, mede om redenen van bezuinigingen, nog veel verder gaan! Bovendien zal de militaire dienstplicht per 1 augustus a.s. van 18 op 12 maanden worden gebracht en alle aanvalswapens zullen uit het land verdwijnen. Het Hongaarse leger zal, aldus minister Kárpáti, die als eerste minister van defensie van een lid van het Warschaupakt op 7 en 8 maart op een tegenbezoek naar Nederland gaat [!] en o.a. zijn collega Ter Beek spreekt, alleen een defensieve taak krijgen en het Hongaarse leger zal [zelfs] naar Nederlands voorbeeld worden hervormd en Nederland zal hierbij helpen!…
Toch laat de Hongaarse minister van defensie Ferenc Kárpáti, nu voor het eerst in burgerpak, op 23 januari nog weten dat het vertrek van álle Sovjettroepen uit het land afhankelijk is van soortgelijke stappen van de kant van de NAVO want ”eenzijdige terugtrekking zou het evenwicht in Europa alleen maar destabiliseren en het is ook in het belang van de NAVO om die balans op lager niveau te handhaven”. Een volledige terugtrekking is volgens Kárpáti dan ook afhankelijk van de resultaten bij de Weense CFE-onderhandelingen over conventionele bewapening en het is dus een bilaterale kwestie en het is in niemands belang die strategische balans in de war te sturen”. Maar deze opvatting lijkt nu al weer verouderd! Wel zal de Sovjet-Unie nog in 1990 meer troepen uit Hongarije terugtrekken [6.000 soldaten en 40 vliegtuigen, 120 tanks, 580 gepantserde en ongepantserde voertuigen] dan eerdere plannen en twee militaire vliegvelden [bij Budapest en Debrecen] zullen sluiten, veel militaire terreinen zullen worden ontruimd en alleen over de financiële afwikkeling bestaat nog geen akkoord.
Toch blijkt op 1 maart dat de onderhandelingen niet zo vlot verlopen als eerder gedacht want dan breekt men het overleg zonder akkoord af: de Sovjets eisten n.l. meer tijd voor hun terugtrekking “om logistieke redenen” want ”er zijn in de Sovjet-unie te weinig kazernes, woonhuizen en scholen beschikbaar voor de uit Hongarije terugtrekkende militairen [m.n. officieren] en hun gezinnen” en de Hongaarse delegatie o.l.v. onderminister Ferenc Somogyi wenste een zo snel mogelijk vertrek. Toch praat men, ondanks de onderbreking van het overleg, al snel weer verder en er komt al op za. 10 maart een akkoord van minister Horn en zijn sovjet-collega Eduard Sjevardnadze in Moskou: Op 30 juni 1991 zal de USSR alle troepen hebben teruggetrokken: 49.700 soldaten en hun 50.000 familieleden, en verder 300.000 militaire voertuigen, 860 tanks, en 560.000 ton oorlogsmaterieel, en 1500 pantservoertuigen. De 6.000 terreinen en objekten, 60 garnizoenen, en 6 militaire vliegvelden zullen dan zijn ontruimd, en 90 % zal al vóór februari 1991 weg zijn. De rest zal vooral betrekking hebben op transport, opruimen, verpakken, inladen, e.d.
Op ma. 12 maart begint de Sovjet-Unie zelfs al met het terugtrekken van haar troepen uit Hongarije terwijl minister Kárpáti op 8 maart al verklaarde “dat alle problemen uit de weg zijn geruimd”! Intussen vond de Hongaarse oppositie, zoals het MDF, SZDSZ en Fidesz, echter dat dit overleg maar langzaam vorderde en ze verweet prompt de regering dat ze zich niet hard genoeg opstelde! Genoemde partijen eisten b.v. het vertrek al in de zomer van 1990 maar Németh vindt iets dergelijks irreëel. De oppositie wil echter niets meer horen over Russische argumenten, enz. en men is zeer ongeduldig en kwaad, en vindt dat de zaak al veel te lang voortduurt......

De graven van slachtoffers van het communisme.

top

Bovendien blijkt dat deze zaak nog wel gevolgen zal kunnen krijgen voor de binnenlandse politiek want ondanks het feit dat staatssecr. Ferenc Somogyi de oppositie inlicht is deze oppositie níet tevreden en wil o.m. een veel sneller vertrek en zelfs nieuwe onderhandelingen! Het liberale SZDSZ wil nu zelfs al de aanwezigheid van Sovjettroepen in Hongarije van b.v. 1955 tot 1991 als "illegaal" betitelen ”omdat hiervoor geen enkele juridische basis was”. Desondanks verklaart de Sovjet-min.v.buitenl.z. Eduard Ševardnadze dat er een nieuwe tijd begint in de verhouding tussen Hongarije en de Sovjet-Unie gebaseerd op samenwerking, vriendschap en gelijkheid, maar zelfs Horn antwoordt hem: "We zullen het vriendschapsverdrag' met de USSR moeten wijzigen en de positie van de Sovjettroepen en de rol van de Sovjet-Unie in en na 1956 moeten onderzoeken en aan de orde stellen! De Sovjet-Unie moet bovendien haar excuses aanbieden voor de inval in Hongarije op 4 november 1956.....
Op ma. 12 maart begint men dus al met de vertrekoperatie en er zijn bitter weinig Hongaren die dit jammer vinden! ”Dronken en gewelddadig, dat zijn de belangrijkste kwalificaties die b.v. de dorpsbewoners van Hajmáskér [bij het Balatonmeer] de sovjetsoldaten meegeven. De soldaten zelf staan er wat verlegen bij. Jong zijn ze zeker, hooguit een jaar of twintig, en ze maken een wat verloren indruk, zo te midden van de verzamelde wereldpers. Ze spreken geen Engels, geen Duits, zelfs geen woord Hongaars. Russisch spreekt een groot vdeel overigens ook maar gebrekkig: driekwart is afkomstig uit verre streken als Kazachstan. Gesloten, donkere Mongoolse jongesn, die over Hongarije alleen maar kunnen zeggen dat ze het mooi vonden en die beamen dat het fijn is weer naar huis te gaan”. Sommige Hongaren hebben ook medelijden met die jonge rekruten want die werden door hun eigen officieren behandeld als honden….… [Runa Hellinga, Leeuwarder Courant, 13 maart 1990]..
Op de nu ontruimde vml. militaire terreinen laten de Russen overigens enorme hopen rotzooi, een puinhoop, achter, en Hongarije zal de opruiming ervan zelf moeten betalen! Inderdaad wordt in de Hongaarse pers nu veel aandacht besteed aan de miserabele omstandigheden waarin de Russen verkeerden, en aan de enorme bergen vuil, afval, resten olie en kerosine, bijna ruïnes, uitgewoonde barakken, totaal verwaarloosde woonruimten, de waardeloze troep, en soms zeer gevaarlijke chemische produkten die men achterlaat. Men krijgt nu o.a. door de reportages op TV, radio en in de pers een reëel, en dus nog veel meer negatief beeld van de Russische bezetters, dan men al had.
Maar niet alleen deze soldaten uit Hongarije zullen binnen korte tijd naar de Sovjet-Unie vertrekken, óók zullen de sovjet-soldaten uit Tsjechoslowakije naar hun land teruggaan, want in februari sloot de Sovjet-Unie ook met dat land een akkoord over de terugtrekking van de 60 à 73.500 man troepen [na ruim 30 jaar]….
In het akkoord van 10 maart met Hongarije wordt overigens met geen woord gerept over het lidmaatschap van het intussen praktisch ten dode opgeschreven Warschaupakt maar al op za. 17 maart 1990 komen de ministers van buitenl. zaken van de Warschaupaktlanden bijeen in Praag en hier blijkt dat vooral de Sovjet-Unie tegen een verenigd Duitsland als NATO-lid is, terwijl nota bene Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije onder voorwaarden [dezelfde namelijk als de westelijke geallieerden stellen] ervóór zijn en als eerste Oost-Europees land stelt Hongarije zelfs zijn luchtruim beschikbaar voor -onbewapende- NATO-vliegtuigen en een Canadees militair vliegtuig landt vervolgens in Budapest! Alle politieke partijen zijn intussen vóór de neutraliteit van Hongarije en men is van plan om op het a.s. CVSE-overleg in Wenen, geheel los van Moskou [!] een 35 % extra reduktie op conventionele troepen in Europa voor te stellen, zoals de regering dat immers óók voor Hongarije zélf voorstelt.
De drie genoemde landen in Centraal Europa zijn intussen overigens al enkele malen geschrokken van opmerkingen van West-Europese politici, zoals Hans Dietrich Genscher, de [West-] Duitse minister van buitenlandse zaken, die in een toespraak in Potsdam het -in het kader van een ‘nieuwe veiligheidssysteem voor Europa- het al had over de “legitieme veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie” en over “de toekomstige rol van het Warschau Pakt” waarmee rekening zou moeten worden gehouden…
Het spreekt dan immers vanzelf dat men denkt aan een blijvende vorm van militaire aanwezigheid van de Russen in dit deel van Europa of één of andere vorm van een zekere beperkte souvereiniteit van die landen, en dáár is men, na ruim veertig jaar bezetting [Polen, Hongarije] of vormen van afgedwongen ’vriendschap’ of voogdij en daarna ook ruim 20 jaar bezetting [Tsjechoslowakije], níet toe bereid! De regeringen in Warschau, Praag en Budapest doen er immers alles aan om de integratie met West-Europa te bevorderen, de markteconomie en de parlementaire demokratie in te voeren en de historische Europese waarden en percepties te herstellen! ‘Terwijl de Midden- en Oost-Europese naties hun soevereiniteit herwinnen en demokratiseren, moeten ze de banden doorsnijden met het blok dat hun onderdrukking in stand hield en … het Warschaupakt heeft de soevereniteit van de lidstaten altijd onderdrukt en het was gebaseerd op beginselen waarvan bewezen is dat ze niet deugden’, aldus de Hongaarse politicoloog Péter Hardi. [de Volkskrant, 1 maart 1990].
Hongaarse politici bepleiten overigens ook een nieuw veiligheidssysteem voor heel Europa, zoals minister Gyula Horn op 23 april 1990, maar dat moet vooral aan niet-militaire aspekten voorrang verlenen en gebaseerd zijn op een evenwicht bij de conventionele strijdkrachten. Voor een vertrouwenwekkend akkoord over open skies tussen Oost en West lijkt het dan nog wat vroeg, maar er wordt al druk onderhandeld in het kader van b.v. de CVSE en tussen de NATO en het Pakt van Warschau en bij de Grote Vier met de beide Duitslanden.
Ook heel andere zaken zijn voor het nieuwe Hongarije van belang, zoals de betrekkingen met èn de verhouding tot Israël, die immers pas kort geleden zijn hersteld. Op 8 januari 1990 bezoekt min.v.buitenl.z. Horn namelijk Israël en hij kondigt dan een bezoek van premier Németh, waarschijnlijk in februari, aan. De economische samenwerking, de onderlinge handel, investeringen, uitwisselingen [high tech], joint ventures, enz. zullen krachtig worden bevorderd en Hongarije is het geheel eens met de EG n.l. dat er voor de Palestijnen een nationaal tehuis moet komen evenals een internationale vredesconferentie.
Hongarije was overigens het eerste land in ‘Oost-Europa’ dat de betrekkingen met Israël herstelde maar is intussen nu al snel gevolgd door Polen en Tsjechoslowakije. Horn zegt ook dat zijn land zich zal inspant om de resten van antisemitisme uit te bannen en volgens officiële cijfers wonen er in Hongarije nu 43.000 Joden. [Trouw, 20 jan. 1990]. N.b. Hongarije stelt -evenals b.v. de Sovjet-Unie van Gorbačov- geen voorwaarden meer aan Israël, zoals terugtrekking van troepen etc. uit de bezette gebieden, de erkenning van het recht van de Palestijnen op een eigen staat en de instemming met een internationale vredesconferentie! In 1987 kwamen er al economische contacten, 1988 rechtstreekse luchtverbindingen en in 1989 volgden officiële bezoeken, zoals b.v. dat van de minister van staat, Imre Pozsgay, die van 28 januari tot 1 februari 1990 Israël bezoekt en hier overlegt met alle hoge politici. Hongarije wil, aldus Pozsgay, graag samenwerking op bijvoorbeeld economisch en technisch terrein en het land kan ook meer toerisme gebruiken. Er wordt dan ook een akkoord betr. wetenschappelijke samenwerking met Israël gesloten.

top

De goede betrekkingen komen overigens al vrij snel onder druk want ong. 20 maart besluit de Hongaarse luchtvaartmaatschappij Malév om géén chartervluchten meer met Joden uit de Sovjet-Unie naar Israël uit te voeren, n.a.v. een communiqué met concrete dreigementen van een groep van Palestijnse terroristen, de Islamitische Jihad, maar men trof al eerder bijzondere veiligheidsmaatregelen op het vliegveld van Budapest dat tot nu een belangrijke transitohaven is. Wel zal Malév de gewone lijnvluchten vanuit Budapest naar Tel Aviv blijven uitvoeren.
Prompt wil Israël van de Hongaarse autoriteiten informatie hierover want ook Hongarije zou niet aan terroristische chantage moeten toegeven, maar intussen zouden stewardessen van Malév al hebben geweigerd om nog dienst te doen op een lijnvlucht met -volgens berichten- ”vermoedelijk ook Joden uit de Sovjet-Unie” vanuit Budapest naar Tel Aviv en op vr. 23 mrt maakt Malév bekend dat men ook geen lijnvluchten met Sovjetjoden als passagier naar Tel Aviv meer zal maken en Pozsgay kan voorlopig slechts zeggen: ”Dit is niet de opvatting van de regering maar Malév heeft haar eigen verantwoordelijkheid”. Ook denkt hij dat ”de vluchten weldra zullen worden hervat omdat de bemanning van Malév intussen voldoende veiligheidsgaranties heeft gekregen”. Wel is Malév bereid tot onderhandelingen met Aeroflot en El Al [24 maart] en eind maart wordt de dir.-generaal van Malév ontslagen, want "Hongarije wijkt níet voor terreur", aldus -tenslotte- de regering.
Intussen gaat het met de betrekkingen met de buurlanden beter dan in het verleden en in Budapest, Praag en Warschau bestaat over veel zaken overeenstemming, zoals in maart 1990 blijkt wanneer de ministers van buitenl. zaken van de Warschaupaktlanden bijeenkomen in Praag, waar vooral de Sovjet-Unie nog tegen een verenigd Duitsland als NATO-lid is, terwijl Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije daar onder voorwaarden, n.l. dezelfde als de westelijke geallieerden stellen, wel vóór zijn. Ook overwegen de drie landen veel meer economische en culturele samenwerking ten bate van de stabiliteit in Midden Europa en men wil de plannen voor Europese integratie op elkaar afstemmen! Een topconferentie van de drie landen in Bratislava op 9 april 1990 kan men echter geen sukses noemen o.a. omdat minister Horn hier voor het eerst de situatie van de ± 570.000 Hongaren in Slowakije ter sprake brengt.
Ook vanuit Slowakije, waar vooral langs de zuidgrens met Hongarije veel Hongaren wonen, komen namelijk steeds meer berichten over toenemend nationalisme van de Slowaken [van m.n. de Slowaakse Nationale Partij, SNS] tegenover de Tsjechen maar óók tegen de Hongaren. Er verschenen al anti-Hongaarse leuzen en er was soms sprake van intimidatie. Bovendien verdenken heel wat Slowaken ’de Hongaren’ ervan de grens van 1938-’45 te willen herstellen, en dus ”de terugkeer naar Hongarije” te wensen. Maar intussen hebben de Hongaren, meer dan 10 % der Slowaakse bevolking, ook al een ‘eigen’ gematigde politieke partij opgericht, n.l. "Egyűttélés" [Soužití, Samenleven, Coëxistentie]. De nieuwe vrijheden doen dus ook heel wat oud zeer weer bovenkomen, zoals al in maart in Roemenië bleek!
Toch kan het ook anders, zoals blijkt wanneer op 12 mei 1990 de leider der 200.000 Hongaren in de Karpaten-Ukraïne, het grensgebied met de Ukraïne, de Sovjet-Unie, Sándor Fodor, voor het eerst in het Hongaarse parlement wordt ontvangen! Hij blijkt optimistisch over de situatie van de Hongaarse minderheid want hun taal en nationaliteit worden nu erkend, en allerlei rechten en faciliteiten kent men hen toe. Bovendien worden hun kerken [van de ± 100.000 hervormden en 60.000 rooms-katholieken] na zovele jaren weer erkend. Ook aan hun belangenorganisatie, de "Hongaarse Culturele Bond in Karpaten-Ukraïne" zijn allerlei rechten toegekend en eindelijk overheersen nu vrijheid en tolerantie en over het verleden kan men weer praten: Vanaf de Sovjetbezetting of ‘bevrijding’ in oktober 1944 hoorde het gebied immers bij de USSR en toen werden o.a. 40.000 Hongaarse mannen gedeporteerd of ze  verdwenen in concentratiekampen, werden tot dwangarbeid gedwongen, werden gemarteld of ondergingen andere wreedheden, alleen omdat ze Hongaar waren. Maar die barre tijd is na 45 jaar eindelijk voorbij….
Ook voor de binnenlandse politiek van de Tsjechen, de Slowaken, de Polen, de Hongaren en Roemenen, de Esten, Letten en Litouwers, Ukraïners en zoveel anderen brengt deze nieuwe vrijheid vooral nieuwe mogelijkheden en demokratie met zich mee, maar hier en daar toch ook een herleving van sommige oude problemen! Onder het communistische regime, dat overal óók als vrieskist heeft gewerkt, was er immers geen sprake van dat ‘men’ de vrijheid had om samen naar een eerlijke oplossing te zoeken! Nu echter ligt een “Europese oplossing” voor de hand en het blijkt dat b.v. de West-Europese landen zéker niet geneigd zijn om toe te geven aan b.v. de wensen van sommige nationalistische heethoofden tot grenswijzigingen. De ervaring van de tientallen jaren na 1945 heeft hen n.l. allang geleerd om te vertrouwen op de positieve werking van de parlementaire demokratie! Nú pas lijkt de tijd hiervoor rijp en dat blijkt ook in Hongarije het geval, wanneer b.v. de bekende liberale SZDSZ-afgevaardigde Vásárhelyi op 9 mei 1990 in het nieuw gekozen parlement het woord voert!
Miklós Vásárhelyi [Fiume, 1917 – Budapest, 2001], die zich al in 1938 aansloot bij de illegale communistische partij en na 1945 o.a. medewerker was van het partijblad Szabad Nép, hoorde vanaf ± 1953 tot de vriendenkring van Imre Nagy en werd in 1955 óók afgezet. In de novemberdagen van de revolutie van 1956 was hij woordvoerder, perssecretaris, van de regering-Nagy en werd in 1958 veroordeeld. In 1960 kwam hij vrij en werkte verder vooral op cultureel terrein. Vanaf de jaren ’80 behoorde hij tot de dissidenten en was o.a. in de USA!…..
De dan intussen ervaren en oudere Vásárhelyi stelt namelijk ineens voor dat het parlement alsnog uitspreekt dat er over de Verklaring van 1 november 1956 van premier Imre Nagy over Hongarije's neutraliteit nu met de Sovjet-Unie moet worden onderhandeld, maar Géza Jeszenszky [de beoogde nieuwe min.v.buitenl.z.] vindt dit voorbarig, want 'de wereld verwacht van Hongarije dat het tegenover de USSR voorzichtig en nuchter is". Vásárhelyi wil echter dat Hongarije in het Warschaupakt de status van Frankrijk krijgt: in feite souverein maar geen integratie van het leger en zonder buitenlandse troepen en hij zegt dat een neutraal Hongarije voor niemand een gevaar betekent of schadelijk is, ook niet voor de belangen van Moskou. ”We moeten verder naar Europese integratie streven en neutraliteit is dan ’t beste”, maar hij wordt ook niet gesteund door min.v.defensie Kárpáti, die verklaart dat dit nu niet aktueel is en dat alleen een Europees veiligheidssysteem van belang is; andere partijen verklaren iets dergelijks. Toch wil men het liefst een neutrale status en het lidmaatschap van het Warschaupakt hangt eigenlijk geheel af van de situatie in de Sovjet-Unie en in de andere landen. Jeszenszky wil "terug naar Europa", en samenwerking met alle landen, ook met de Sovjet-Unie maar in de Sovjet-Unie, waar zijn naam als trouwe vriend van Imre Nagy uiteraard bij sommigen nog wel bekend is, weet men intussen van de anti-Russische sfeer in Hongarije en men beschouwt het voorstel van Vásárhelyi als buitengewoon negatief.

Kossuth tér, Budapest, een monument voor de slachtoffers van 1956.


Twee weken eerder werd er immers al bekendheid gegeven aan een sovjet-generaal die klaagde over de negatieve houding van het Hongaarse publiek en de pers: "De Hongaren zien ons als bezetters", zo concludeert hij, blijkbaar nu voor het eerst….. Ook de nieuwe parlementsvoorzitter Göncz en anderen zijn ook vóór neutraliteit maar zij vinden dat men dan wèl eerst een akkoord met de Sovjet-Unie moet sluiten. Maar het is intussen alom duidelijk dat het Warschaupakt in elk geval haar tijd heeft gehad en dat Hongarije alleen nog voor de vorm de zaak ‘netjes’ wil afhandelen, al of niet met de steun van de held van de jaren ’50, Miklós Vásárhelyi….. 

top

Op 14 mei wordt inderdaad herdacht dat het Warschaupakt 35 jaar bestaat maar alleen in Moskou is men hierover nog positief want elders, m.n. in Polen, de ČSFR en Hongarije, ervaart men dit als zeer negatief en beschouwt men het [destijds in 1955 afgedwongen] lidmaatschap als inbreuk op de soevereiniteit. Een parlementaire commissie zal de mogelijkheden tot neutraliteit en uittreden uit het Warschaupakt van Hongarije, conform de wens van álle politieke partijen in het parlement, onderzoeken en in Praag, Budapest en Warschau is wel duidelijk dat men het liefst ontbinding van het Warschaupakt ziet en zich op [politieke] neutraliteit en Europese integratie wil richten. Een totaal veranderde militaire strategie komt er nu en van integratie of samenwerking is geen sprake meer; de zogenaamde "vijand" van gisteren [het Westen] is nu dé partner van morgen.....
Toch zijn de landen van de EG nog voorzichtig want begin mei vindt de EG het b.v. nog veel te vroeg om over te gaan tot afschaffen van de visumplicht voor b.v. Polen, Hongaren, Tsjechen en Slowaken voor de landen der EG: men vermoedt immers vooral dat grote aantallen mensen zich om economische redenen in ‘het rijke westen’ willen vestigen! Wel vergadert de "Raad van Europa" half mei voor het eerst in Budapest en het is al duidelijk dat Hongarije nog in 1990 lid wil worden, maar "wij zijn geen bedelaar die om hulp smeekt". Wel krijgt Hongarije juridische hulp om b.v. allerlei wetgeving meer in overeenstemming met West-Europese normen te maken.
Bijzonder is verder het eerste bezoek van de Britse kroonprins Charles en prinses Diana van 7 tot 9 mei 1990 aan Hongarije en het is zelfs het eerste bezoek van een lid van de Britse koninklijke familie aan Oost-Europa sinds 1945..... Charles houdt hier, n.b. in de schaduw van een kolossaal beeld van Marx, ”de meest politieke toespraak die in vele decennia door een lid van het Britse koningshuis is gehouden", in de "Karl Marx-Economische Universiteit" over de vrije markt, en maakt vergelijkingen tussen de revoluties van 1789, 1989 en 1848/49. De Sovjet-Unie had, aldus prins Charles, de helft van Europa in een concentratiekamp veranderd! Hij laakt ook het feit dat er in Oost-Europa veel schade is aangericht door ideologische experimenten en door uitwassen van de centraal geleide economieën. Hongarije en haar vrijheidsdrang worden door prins Charles, en in het Westen algemeen, zeer gewaardeerd vanwege de geslaagde doorbraak van het IJzeren Gordijn na ruim 40 jaar en daarmee “staan alle nieuwe demokratieën in Oost-Europa bij Hongarije in het krijt”… Ook de dapperheid van ds. Tőkés en minister Horn worden [alweer] geprezen.
Voor het eerst kan men in januari 1990 ook voor het eerst in vrijheid [!] de 45-jarige bevrijding van het getto van Budapest in 1945 herdenken waarbij de minister van cultuur Ferenc Glatz [Csepel, 1941], een bekend historicus en universitair docent, die in 1989 o.a. gekozen is tot voorzitter van de Hongaars-Duitse vriendschapskring, tijdens een dankdienst in de synagoge in de Dohány utca in Budapest het woord voert. Ook alle kerken hebben hun vertegenwoordigers gestuurd en premier Németh richt een brief tot de vertegenwoordigers van de kerken en hoopt dat men voortaan ongestoord en vrij, gelukkig kan leven in een gemeenschappelijk vaderland, en eensgezind het land kan opbouwen. Desondanks is er in Hongarije wèl [weer] sprake van een opleving van het antisemitisme, o.a. merkbaar tijdens de verkiezingscampagne en vooral de liberale, burgerlijke SZDSZ wordt door ‘rechtse’ partijen aangezien voor ‘joods’. Ook opperrabbijn Alfréd Schoener van Budapest vindt dat het antisemitisme zich de laatste tijd duidelijker manifesteert dan ooit sinds 1945….
Daarnaast staat dat het Jodendom in Hongarije opnieuw alle kansen krijgt en dat er b.v. aan de universtiteit van Budapest sinds kort door dr. József Schweitzer van het al vele jaren bekende seminiarium voor rabbijnen, dat als één van de beide in Europa opleidingen verzorgde en dus internationaal was, colleges worden gegeven in de Joodse geschiedenis en filofsofie, waarvoor nu veel interesse is. Ook de Anne Frankschool, de énige Joodse middelbare school, trekt steeds meer nieuwsgierigen. Belangstelling is er verder voor de restauratie van synagogen, zoals die in Pécs en de schitterende synagoge in Szeged. [Trouw, 2 januari 1990].
In dezelfde maand januari bezoekt minister van buitenlandse zaken Horn Italië èn de paus in Rome en dan heeft  Horn al zeer veel respekt verworven in heel Europa! Hij is energiek en populair en heeft de oriëntatie van het land fundamenteel veranderd in de richting westen! Horn overlegt ook met Italiaanse ondernemers, ministers, investeerders, etc. Voordat Hongarije officieel diplomatieke betrekkingen met het Vatikaan kan aanknopen eist het parlement echter een wet op vrijheid van geweten en godsdienst! Maar dit is een kwestie van enkele weken, zo denkt men algemeen. Vanaf januari 1990 worden ook 22 religieuze orden weer aktief in Hongarije na een verbod van 40 jaar en dit verbod is al in juni 1989 opgeheven. Ook onder gevangenen, drugsgebruikers, alkoholisten en andere marginale maatschappelijke groepen kan men nu weer aktief zijn. Wel telden de 66 religieuze orden in Hongarije in 1948 samen nog 13.000 leden, maar nu moet men het werk vrijwel vanaf de grond opnieuw opbouwen! Inderdaad neemt het parlement eind januari met 304 tegen 1 stem bij 11 onthoudingen een wet aan op gewetens- en godsdienstvrijheid en dat betekent het definitieve einde van een tijdperk!
Niemand mag worden belemmerd in de uitoefening van een bepaalde godsdienst en niemand kan zich met een beroep op z'n geloof aan de plichten als staatsburger onttrekken. Er bestaat scheiding tussen kerk en staat en de staat bemoeit zich niet met interne zaken van kerken. Er is geen toestemming [meer] nodig voor kerkelijke benoemingen en de staat mag geen gegevens m.b.t. de godsdienst van burgers verzamelen. Er bestaat volledige vrijheid van aktiviteiten op cultureel en sociaal en ander terrein en godsdienstonderwijs op scholen is op vrijwillige basis toegestaan. Wel zal de teruggave van destijds [vanaf 1948] in beslag genomen kerkelijke eigendommen [immobilia, zoals scholen en andere gebouwen, grond] nog een belangrijk punt voor overleg vormen maar min.v.justitie Kálmán Kulcsár prijst al openlijk de belangrijke historische rol van de kerken in Hongarije en hij kondigt ook de formele herziening van processen, vonnissen en veroordelingen uit het communistische verleden, zoals van kardinaal Mindszenty en zeer vele anderen aan.
Er komt ook een einde aan het voor bijna 100 % staatsonderwijs, hoewel de kerken in de voorbije jaren altijd een klein aantal middelbare scholen zélf in stand mocht houden [!], en in plannen voor privatisering van het hoger onderwijs wordt vanaf 1990 voorzien in de mogelijkheid voor particuliere scholen. De reden is dat velen de eisen van het staatsonderwijs veel te laag vinden, maar men moet dan zelf een deel betalen voor andere soorten onderwijs.
Als een soort reaktie op de nieuwe wet op de vrijheid van godsdienst komen de r.k. bisschoppen al op 5 februari met een schrijven over de rol van christenen in de maatschappij. De kerk verwacht van de overheid erkenning als autonoom lichaam, men wil een vrije kerk in een vrije staat. Verder moeten alle standpunten over sociale en andere vraagstukken mogelijk zijn en men wil meer kerkdiensten en godsdienstige programma's in de media maar de bisschoppen nemen geen partijpolitiek standpunt in en ze pleiten [vooral in verband met de komende verkiezingen] alleen voor orde en rust, géén emoties en een hoge opkomst! Enkele dagen hierna wordt, op do. 8 februari, precies 41 jaar na zijn veroordeling tot levenslang, József kardinaal Mindszenty [1892 - 1975], hèt symbool van het kerkelijk verzet tegen de communistische diktatuur, temidden van duizenden gelovigen, gerehabiliteerd of wel in zijn eer hersteld. Ondanks alles schat men overigens dat 2/3 der Hongaarse bevolking nog altijd rooms-katholiek is!

top

Per dezelfde datum zal het plein vóór het aartsbisschoppelijke paleis in Esztergom, al vele eeuwen de zetel van de primaat der katholieke kerk van Hongarije, zelfs "József kardinaal Mindszenty-plein" heten, volgens een besluit van de gemeenteraad. De mis in de basiliek van Esztergom wordt geleid door de Hongaarse primaat, kardinaal László Paskai, en behalve 5.000 gelovigen in de kolossale kerk, zijn er nog eens duizenden katholieken die de dienst via luidsprekers volgden op het plein. In het aartsbisschoppelijke paleis werd ook nog een gedenkteken voor kardinaal Mindszenty, het symbool van het kerkelijk verzet tegen het communistische regime, onthuld door wnd. president Szürös, die in de kerk de vastberaden martelaar en kerkvorst József Mindszenty een toegewijd patriot noemde, ”die het slachtoffer van de stalinistische terreur en een showproces is geworden”. [Trouw, 10 febr. 1990]. De dag hierna, vr. 9 februari 1990, worden vervolgens de diplomatieke betrekkingen met het Vatikaan na 45 jaar officieel hersteld en hiermee is Hongarije het 2e Oost-Europese land na Polen. Deze formaliteiten zijn uiteraard voor de Hongaarse kaholieken van het grootste belang, maar van een zuivering binnen de katholieke kerk is nauwelijks sprake want van de oudere bisschoppen is alleen de bisschop van Vác, Pataky, bekend als operettebisschop omdat hij graag banketten van de communistische overheid bezocht, is nog in funktie [Frankfurter Allgemeine Zeitung, 27 febr. 1990:]………Verder deelt de Rooms-katholieke bisschoppenconferentie in april mee dat de paus van 16 tot 20 augustus 1991 voor het eerst Hongarije zal bezoeken en ook de overheid zal hierbij financiële steun geven.
Ook getuigen de kerkelijke leiders, d.w.z. alle bisschoppen, in een paasboodschap [vr./za. 13/14 april] van de grote veranderingen in heel Midden- en Oost-Europa en ze hopen dat de ontwikkeling verder vreedzaam zal zijn. De moeilijke situatie van de Hongaren in Roemenië en Slowakije brengt men ook ter sprake, maar men zal de bereidheid tot offers moeten tonen, en op 11 mei deelt men van de kant van de katholieke kerk mee dat het lichaam van kardinaal Mindszenty, overleden in 1975 in Oostenrijk en begraven in Mariazell, in de Dom, de kathedraal van Esztergom zal worden bijgezet nadat de laatste Russische soldaten het vaderland hebben verlaten... Daarmee zal aan de wens van de kardinaal zijn voldaan: de "rode macht" is dan definitief ten einde. Bovendien is het vonnis tegen hem intussen, aldus minister Kulcsár, ongeldig verklaard mede omdat het parlement per wet eerder alle vonnissen van 1945 tot 1963 ongeldig heeft verklaard en herroepen!
In de beide grotere protestantse kerken doet zich een soortgelijk proces voor en hierbij is de hervormde bisschop Elemér Kocsis de meest bekende protestantse kerkleider [bisschop]. Hij staat pal voor een herstel van de kerk die heeft geleden onder het 40 jaar communistisch regime! Meegedeeld wordt ook dat aan beide theologische academies van de hervormde kerk [református egyház], in Budapest en Debrecen, nu 300 studenten theologie [en 100 schriftelijk] studeren maar de kerk heeft voor haar 1.400 gemeenten nog altijd te weinig voorgangers. Er komen ook enkele nieuwe kerkelijke gymnasia tot stand, waarschijnlijk ook in Pápa en Sárospatak, maar geld voor herstel van de theologische hogescholen hier heeft men niet! Financiële middelen ontbreken voorlopig nog voor de oprichting van andere kerkelijke scholen. Wel bestaat er binnen deze kerk een uitgebreid netwerk voor hulp op allerlei gebied aan de [veel armere] zusterkerk in Roemenië maar buitenlandse, óók zeer veel materiële, hulp b.v. uit Nederland speelt ook een grote rol! Ook bisschop László Tőkés komt na december 1989 regelmatig in Hongarije en bereist ook de rest van de wereld. In Debrecen was hij begin 1990 nog en sprak hier voor 50.000 mensen en hij preekte hier over de 40 jaar van de Israëlieten in Egypte, de 40 jaren van ballingschap, slavernij: óók voor de Hongaren! Of de nieuwe tijd inderdaad zal lijken op het Beloofde Land moet echter nog worden afgewacht, maar na een lange periode van verval en verschraling put men wel hoop uit het feit dat de kerken hier en daar overvol zijn en dan is er vaak geen plaats voor velen, die buiten de kerk moeten blijven. In de Hervormde kerk [± 20 % der bevolking] vindt intussen een 'stille revolutie' plaats: een commissie van historici zal onderzoeken wie verantwoordelijk en schuldig was, en waarvoor want tijdens het communistische regime zijn b.v. vele predikanten en enkele bisschoppen afgezet, verbannen en/of overgeplaatst! De Evangelische [Lutherse] kerk [3 à 4 %] wil nooit meer politieke funkties voor predikanten, enz. Gelovigen moeten zichzelf in geweten verantwoorden. Het kerkbezoek neemt weer toe, vooral op de traditionele kerkelijke feestdagen.
Overigens lijkt de tijd voor oecumenische aktiviteiten in dit land de tijd nog lang niet rijp en de kerken staan eigenlijk nog geheel op zichzelf. Ook kent men interne verdeeldheid én de trauma’s van veertig jaren zijn nog lang niet voorbij. Ineengeschrompeld, misbruikt en monddood gemaakt zijn de kerken en de levensvatbaarheid moet men vooral zoeken in personen en groepen op het grondvlak. De kerken hebben door hun leiding sterk ingeboet aan geloofwaardigheid en er is een ernstig gebrek aan kader, en alle kerken lijden aan clericalisme want het aandeel van leken is 40 jaar bewust tegengewerkt. Ondanks alle politieke vernieuwing zit de oude garde zelfs nog op haar plaats.
Toch worden de kerken nu aan zichzelf overgelaten terwijl ze in de praktijk nog altijd autoritair handelen zoals in de rooms-katholieke kerk blijkt waar de bisschoppen de kritische pater Bulányi en zijn basisgemeenschappen nog altijd praktisch uitsluiten en waar men géén gesprek, overleg of dialoog kent! Bulányi, die van het Vatikaan alleen de raad kreeg zich weer gehoorzaam onder de bisschoppen te scharen, maar Bulányi blijft over hen bijzonder kritisch want in de kerk “is nog veel bij het oude gebleven”. Ook kardinaal Paskai deed niets voor de slachtoffers van de vervolging en de bisschoppen proberen de geest van demokratie voor de kerkdeuren tot staan te brengen; er is tot nu toe geen sprake van rehabilitatie van geschorste en gedwongen overgeplaatste priesters. Maar in de Hervormde kerk is er nog minder sprake van hervormingen en ”compromisfiguren consolideren hun machtsposities”. [“Hongaarse kerken dringend aan vernieuwing toe”, Leeuwarder Courant, 3 febr. 1990].
Toch verklaart de nieuwe hervormde bisschop Elemér Kocsis van Debrecen [vèruit het grootste kerkdistrikt] en voorzitter van de synode, op za 10 februari in Vlaardingen o.a. dat er wel degelijk ’een milde revolutie’ heeft plaatsgevonden en dat, terwijl vooralsnog een bijltjesdag uitbleef, ”de vroegere collaborateurs toch ‘vanzelf’ uit de  kerkelijke strukturen verdwijnen”. Harde woorden zijn er ook in de kerk wel gevallen en bovendien is er een commissie ingesteld die op grond van dokumenten moet nagaan wie waarvoor verantwoordelijk was onder het oude communistische bewind en “de zuivering in de kerk vindt verder plaats door een natuurlijk proces”. Kocsis pleit dus voor een genuanceerde beoordeling van mensen die met de staat hebben samengewerkt. ”Ging het hem om het belang van mensen, dan is het goed, ging het hem of haar om eigen belang, dan is het fout”. Ook gaat Kocsis hier uitvoerig in op de enorme materiële verliezen die de kerk leed en op wat de kerken niet meer mochten doen maar het is volgens hem nú vooral de taak van de kerk om demokratische ontwikkelingen te bevorderen en te voorkómen dat Hongaren in een rechts- of links-radikalisme vervallen. ”De kerk moet een stabiliserende rol hebben en voorkómen dat het volk vervalt in chaos of onrecht”…. [Trouw, 12 febr. 1990]. Na de veertig jaar van ballingschap staat het Hongaarse volk nu aan de poorten van het Beloofde Land, net als ooit het volk Israël, aldus Kocsis!    
Die materiële verliezen gelden overigens voor het hele land, want niet alleen een aantal kerken maar ook veel andere soort monumenten verkeren in slechte staat of zijn jarenlang verwaarloosd, zoals veel vroegere kastelen van de adel, die ooit dienden als bejaardentehuis, als tehuis voor zwakbegaafden etc. en nu voor een deel soms al jaren leeg staan. In het land zijn bijna 10.000 monumenten, 70 % ervan heeft de historische bestemming gehouden, de helft hiervan is staatseigendom, 1/4 is kerkelijk bezit en 1/4 is privébezit.

Veel belangrijker is natuurlijk dat het politieke systeem van dit land, het communisme, intussen óók tot monument is vervallen en het ziet ernaar uit dat niemand nog énige interesse heeft voor de ‘materiële overblijfselen’ van dit regime. Binnenkort zal niemand meer iets kunnen zien van de afgelopen veertig jaar dan alleen de stijl van de vele tienduizenden huizen, flats, de nieuwe wijken, etc. Men is intussen immers ook al volop bezig [geweest] om alle zichtbare tekenen van het vorige regime te verwijderen en aldus is op 1 februari 1990 de 3 meter hoge "rode ster" met een gewicht van 10 ton van de top van het parlement verwijderd tegen de kosten van Ft. 290.000. Veertig jaar lang was zij een symbool van de macht van het communisme over Hongarije en het was één der laatste duidelijk zichtbare symbolen van het oude regime... Ook worden plannen gemaakt om de vele honderden straatnamen te vervangen en de betreffende naamborden te verwijderen, hoewel dat een zaak van de gemeenten is!

Ook komt er na 1990 een beeld voor de demokratische politicus István Bibó [1911 -'79].

top